Onlangs las ik Schimmenrijk, een boek van Rosita Steenbeek. Mijn bespreking daarvan komt uit de mail die ik erover schreef aan de Boekgrrls. Er waren al verschillende positieve en negatieve meningen van andere grrls langsgekomen waarin ik mijn eigen ideeën wel terugvond. Ik voelde me dan ook niet geroepen om nog in het algemeen over het boek te schrijven. Om toch een algemene indruk van mijn mening te geven: het las lekker weg en ik heb geen spijt dat ik het boek gelezen heb, maar ik zal niet snel opnieuw een creatie van Rosita Steenbeek pakken. Het was een beetje té makkelijk en gaf me af en toe het gevoel een streekroman te lezen.

Maar… mijn interesse ging eigenlijk met name uit naar de ‘museumkant’ van het boek.

Waar gaat Schimmenrijk over? De achterflap zegt:

“Als haar vriend Lorenzo, een archeoloog uit het gebied van de Etrusken, plotseling sterft, raakt de Nederlandse beeldhouwster Lisa in een crisis. Ze is zozeer verlamd door verdriet dat zelfs haar hartsvriendin Heleen, met wie ze jarenlang lief en leed heeft gedeeld in hun gezamenlijke appartement in Rome, haar niet kan helpen. Dan, bijna twee jaar na het overlijden van Lorenzo, besluit Lisa een reis naar zijn geboortegrond te maken om het verdriet in de ogen te zien en in de hoop meer te weten te komen over de raadselachtige omstandigheden rondom zijn dood. Dit betekent het begin van een avontuurlijke en ook louterende tocht om via verborgen wegen niet alleen de ware toedracht rond de dood van Lorenzo achterhalen, maar ook het spoor terugvinden naar het leven. Haar vriendin Heleen zal haar daarbij op een onverwachte, paradoxale manier de hand reiken.”

Op 9 maart 2002 schreef ik aan de Boekgrrls:

cover Schimmenrijk“Als museummens schrok ik van de manier waarop grafroven en illegaal op archeologische plaatsen rondstruinen in dit boek werden geromantiseerd. ‘Terwijl het Etruskische erfgoed in de depots van musea maar ongezien ligt te verstoffen en museumdirecteuren de mooiste dingen gewoon lekker thuishouden, zijn grafrovers (die er zelf niet rijk van worden) eigenlijk een soort redders van de Etruskische schoonheid.’

Hm.. Ik ben dan wel niet op de hoogte van de situatie in het Italiaanse museumveld, maar dit was me toch een beetje te gortig. Een goede reden om wat beter naar de presentatie van musea in Schimmenrijk te kijken!

En het valt gelukkig mee.

Voor hoofdpersoon Lisa zijn de musea die ze bezoekt in eerste instantie een plek van herinnering, waar ze bovendien een uitgangspunt voor haar zoektocht naar Lorenzo vindt; het is namelijk waar ze informatie over grafrover Antero kan vinden, die Lorenzo goed kende en haar misschien meer kan vertellen over diens laatste dagen.

Antero beweert dat de Etruskische voorwerpen nu tenminste door echte liefhebbers, de verzamelaars, worden gekoesterd. Maar zijn de voorwerpen daarmee niet net zo ongezien als wanneer zij in de museumdepots liggen? Verzamelaars kijken wel uit om hun onwettige collectie publiek te maken! Musea hebben tenminste nog de verplichting hun collecties toegankelijk te maken en dat gebeurt ook steeds meer, vooral met de opkomst van bijvoorbeeld ‘open depots’ en internet. In het Centraal Museum in Utrecht kun je (tegen betaling) een dag doorbrengen met een object uit het depot.

Ook verwijt Antero de musea dat zij voorwerpen niet opgraven waarvan ze wel op de hoogte zijn (of door hem worden gebracht). Toch is dat voor de dingen zelf vaak beter: wanneer je geen geld of methoden hebt om goed voor het erfgoed te zorgen, kun je het voorlopig beter behouden op de plek waar het toch al zo lang bewaard gebleven is. In Utrecht, of Nijmegen (?), of.. (?) vond een winkelier onlangs een prachtige middeleeuwse schildering op de zolder van haar winkelpand. Monumentenzorg raadde haar aan de schildering niet verder bloot te leggen, want we beschikken nog niet over een techniek om de bedekkende laag veilig te verwijderen. Er waren helaas al wat stukken verf met de afgekrabde laag meegekomen. Geduld is een schone zaak, ook al is dat soms frustrerend.

Actueel is de suggestie van Antero dat in veel gerenommeerde, internationale musea vervalste voorwerpen staan en dat de museumdirecteuren daarvan op de hoogte zijn. Ze geven dat natuurlijk niet toe, want dan zijn hun zalen meteen leeg… (aldus Antero). In het Van Goghmuseum loopt op dit moment een tentoonstelling over Gauguin en Van Gogh. Daar hangen -en dat is uniek- de drie Zonnebloemen van Van Gogh naast elkaar. Drie? Ja, drie. Maar de kunstwereld is het er niet over eens dat deze schilderijen alle drie van de hand van Van Gogh zijn! Vincent van Gogh maakte meestal twéé versies van een schilderij (een voor de opdrachtgever en een voor hemzelf) en van een derde exemplaar wordt nergens in de dagboeken of brieven melding gemaakt.

Een overtuigende theorie is dat Gauguin het derde exemplaar schilderde, of de vaker van vervalsing verdachte kunsthandelaar Schuffenecker – beide waren daartoe in de gelegenheid. Het Van Goghmuseum spreekt dit tegen. Het museum heeft zelf ooit (als autoriteit op het gebied van Van Gogh) de authenticiteit van het betreffende schilderij bevestigd. Het is overigens het exemplaar van het Japanse zakenbedrijf dat tevens de verbouwing van het Van Gogh Museum heeft gesponsord. Dit schilderij bracht bij veiling zoveel op dat de kunstwereld een enorme boost kreeg. Als het een vervalsing zou zijn, zou de kunstmarkt volledig instorten begreep ik uit een documentaire over dit onderwerp.

Zo bij elkaar komt dit natuurlijk erg suggestief over. Wie weet wat de waarheid is? Voor de huidige tentoonstelling is er door het Van Gogh Museum weer onderzoek naar de authenciteit van het schilderij verricht (het 52 pagina’s tellende onderzoeksverslag kun je downloaden via http://www.vangoghgauguin.com) en kwam men tot de conclusie dat dit schilderij afwijkt van de andere doordat Van Gogh worstelde met de idee‘n die hij in dit exemplaar wilde verwerken.

Maar het zou dus wel degelijk echt zijn. Wanneer ik alleen de conclusie van dat verslag lees ben ik helaas nog niet overtuigd. Sinds afgelopen donderdag is er een symposium waarop dit onderwerp ook wordt besproken en dat vandaag afloopt. Ik ben benieuwd wat daar uit komt!

Maar ik raak wat ver verwijderd van Schimmenrijk.

“Veel verdwijnt over de grenzen, zei Lorenzo”, die zich daarmee tegen de verkoop aan verzamelaars uitsprak. En “Lorenzo had zich erover opgewonden dat door de tombaroli (grafrovers) veel studiemateriaal verdwijnt. Men heeft geen overzicht meer van het geheel.”

Lisa weet ook dat archeologen tegenwoordig niet meer rücksichtlos voorwerpen verzamelen, maar dat ze veel meer zijn geïnteresseerd in de context, de vindplaats. Bovendien heeft Lorenzo Lisa verteld dat de tombaroli ‘die ene corrupte museumdirecteur’ gebruiken om hun eigen gedrag goed te praten.

Al met al blijkt Steenbeek zich gelukkig dus toch niet ‘pro-tombaroli’ uit te spreken!

Wel brengt ze veel lezers interesse bij voor de oudheid, vooral de Etrusken, en de geschiedenis van het door haarzelf aanbeden land, Italië – zoals uit de mails van verschillende Boekgrrls bleek. En dat vind ik een aardige prestatie.”